‘Ik heb van mijn angst mijn grootste liefde gemaakt’

Een gesprek met paralympisch zwemtalent Thomas van Wanrooij. Thomas maakt deel uit van de sporters die aangesloten zijn bij Fonds voor Talenten met een Visuele Beperking.

Thomas is 23 jaar, woont in Eindhoven en studeert Sportmarketing. Maar het grootste deel van zijn leven speelt zich af in en rond het zwembad.

“Ik zeg altijd: ik doe aan chloor snuiven,” vertelt hij lachend. “We liggen zoveel in het water dat we alle chloordampen inademen. Dan moet je er maar gewoon een grapje van maken.” 

Dat typeert Thomas. Hij houdt van een luchtige sfeer, veel humor en vooral van genieten van het leven. Ook als het soms tegenzit.

Toen zijn zicht veranderde

Thomas werd geboren met een visuele beperking. Toen hij twee dagen oud was, kreeg hij een herseninfarct in het visuele deel van zijn hersenen.

“De artsen zeiden dat ik daardoor links blind ben, want het herseninfarct zat in mijn rechterhersenhelft. Ik moest altijd aan de rechterkant van de klas zitten en ik had vroeger zelfs een spiegeltje op mijn fiets.”

Toen hij twaalf was, veranderde er opnieuw iets.

“Op een ochtend kon ik ineens de klok aan de andere kant van de kamer niet meer lezen, dus ik kreeg een bril. Gezien mijn verleden wilde artsen verder onderzoek doen. Toen ben ik onderzocht en bleek dat mijn zicht veel beperkter was dan gedacht.”

Inmiddels ziet Thomas nog maar in een klein kokerzicht van ongeveer tien tot vijftien graden. Waarom zijn zicht de afgelopen jaren verder achteruitging, weten artsen niet. Toch laat hij zich daar niet door tegenhouden.

“Ik mag geen autorijden en soms moet ik iets meer regelen. Maar verder doe ik gewoon alles wat ik wil. Ik heb leuke vrienden, ga graag naar festivals en haal gewoon het maximale uit het leven.”

Thomas is open over zijn visuele beperking, maar hij wil vooral dat mensen hem zien zoals hij is.

“Ik wil gewoon dat mensen mij zien als die gezellige jongen die altijd grapjes maakt. Niet als ‘die jongen met die beperking’.”

Hij merkte dat mensen soms anders reageerden als hij zijn beperking meteen benoemde.

“Dan kreeg ik ineens een soort andere behandeling. Dat vond ik helemaal niks. Dus nu houd ik het luchtig. Als mensen vragen hebben, vertel ik er gewoon over.” Volgens Thomas maakt dat een groot verschil. “Je creëert zelf of mensen veel medelijden met je hebben. Als je er open en positief mee omgaat, doen andere mensen dat ook.”

Van watervrees naar topsport

Opvallend genoeg was Thomas vroeger juist doodsbang voor water.

“Als klein kind wilde ik echt met geen mogelijkheid het zwembad in. Mijn ouders en opa en oma waren met mij op vakantie en er was een enorm zwembad, speciaal voor mij. Maar ik wilde absoluut niet zwemmen.”

Ook tijdens de zwemlessen vond hij het spannend. Hij wilde zijn hoofd niet onder water steken en kreeg uiteindelijk privéles om zijn angst te overwinnen. Nu is er geen watervrees meer te bekennen.

“Ik voel me veel fijner in het water dan op het land. Het geluid, het gevoel van gewichtloos zijn… het is echt mijn favoriete plek geworden.”

Toen hij acht jaar oud was en voor het eerst een training bij een zwemvereniging deed, wist hij het meteen.

“Na één training zei ik tegen mijn ouders: dit is het, ik ga naar de Spelen. Mijn ouders moesten daar toen wel een beetje om lachen.”

Maar Thomas hield vast aan die droom.

Op jacht naar drie keer goud

Thomas heeft inmiddels al veel bereikt. Hij zwom al meerdere wereldkampioenschappen, een EK en twee Paralympische Spelen. Maar er zijn nog grootste doelen die voor hem liggen.

“Er ontbreken nog twee gouden medailles in mijn collectie: goud op een EK en goud op de Spelen.”

Hij zegt het met een glimlach, maar hij meent het bloedserieus.

“Ik wil later kunnen zeggen: ik ben Europees kampioen, wereldkampioen én paralympisch kampioen geweest.”

Daarnaast heeft hij nog een andere droom.

“Als klein jochie droomde ik altijd van de Olympische Spelen. Dat blijft toch ergens in mijn hoofd zitten. Of het lukt, weet ik niet. Maar fysiek is het mogelijk, dus waarom niet?”

Meer dan alleen zwemmen

Inmiddels is zwemmen niet meer weg te denken uit zijn leven. Thomas traint bijna iedere dag. Zijn dagen draaien volledig om topsport, school en herstel. Toch probeert hij ook ruimte te houden voor vrienden en muziek.

“Mijn vrienden kennen mij niet alleen als zwemmer. Ze kennen mij ook als Thomas die gek is op muziek. Dat vind ik belangrijk.”

“Als mijn vrienden naar een festival gaan, kopen ze soms gewoon alvast een kaartje voor me. Dan overleg ik met mijn coach of het in mijn schema past. En als het niet kan, snappen ze dat ook.” Dat begrip vanuit zijn omgeving helpt enorm. Ook zijn familie leeft intens mee.

“Mijn ouders staan altijd voor mij klaar. Als ik naar een vliegveld moet voor een wedstrijd, brengen ze me. En toen ik in Singapore zwom, hebben ze midden in de nacht hun wekker gezet om mijn race te kijken.” Zijn broertje gaat daarin misschien nog wel het verst. “Die forceert op school docenten om mijn finales te kijken, zodat de hele klas meekijkt.”

Steun die het verschil maakt

Dankzij een bijdrage van het Fonds voor Talenten met een Visuele Beperking van het Nationaal Fonds voor de Sport kan Thomas investeren in zijn sport.

“Topsport is ontzettend duur. Alleen een wedstrijdzwembroek kost al meer dan driehonderd euro. En dan heb je nog trainingskampen, materialen en reizen.”

De steun helpt hem om zich volledig op zijn doelen te blijven richten. En Thomas wil zijn motto meegeven aan iedereen die met een visuele beperking te maken krijgt:

 “Het is niet de beperking die bepaalt wie je bent. Er is zoveel meer mogelijk dan je denkt. Misschien gaat het soms op een andere manier, maar je kunt nog steeds ontzettend veel.”

Deel dit bericht

Laatste nieuws