‘Blijf voor je doelen gaan’

Een gesprek met tandemwielrenner Thijs van Jaarsveld, aangesloten bij het Fonds voor Talenten met een Visuele Beperking.

Thijs is 20 jaar, woont in Zwolle en leeft voor de wielersport. Hij volgt een mbo-opleiding Sport & Bewegen, doet daarnaast de KNWU-cursus Wielertrainer 3 én richtte vanuit zijn opleiding Fossa Cycling Team op voor jonge renners.

“Ik zag dat jongens bij mijn stageplek geen wedstrijden meer konden rijden in hun nieuwe categorie. Toen dacht ik: dan ga ik kijken of ik dat voor hen kan regelen. En toen is het balletje gaan rollen.”

Organiseren, bouwen en mensen verder helpen: het zit in Thijs zijn DNA. Maar zijn eigen leven draait vooral om één ding.

“Wielrennen is eigenlijk alles. Mijn vrienden zitten in het wielrennen, in mijn vrije tijd kijk ik wedstrijden en vanaf mijn dertiende wist ik eigenlijk al: dit is mijn sport.”

Alles werd één grote waas

Er leek niets aan de hand. Totdat toen hij vijftien was ineens zijn zicht van de ene op de andere dag veranderde. Tijdens een voorbereidende wielerwedstrijd merkte hij dat hij de andere renners niet meer goed kon onderscheiden.

“Het leek alsof alles één grote waas werd. Ik dacht: dit klopt niet. Dus ik ben uitgestapt.”

Na een maand van onderzoeken kwam de diagnose: de erfelijke oogziekte Leber.

“In anderhalve maand ging ik van nergens last van hebben naar bijna niets meer zien. Dat ging echt ontzettend snel.”

De oogziekte was binnen de familie onbekend. Pas na de diagnose werd duidelijk dat de aandoening waarschijnlijk al langer in de familie voorkomt. Inmiddels is zijn zicht voor een klein gedeelte verbeterd.

“Dat is het fijne van deze oogziekte: wat er terugkomt, blijft meestal ook. Ik zie nu iets meer dan in het begin, al weet ik ook dat dit waarschijnlijk is waar ik het mee moet doen.”

Opnieuw beginnen

Toen hij tijdelijk niet meer kon sporten, stond zijn wereld even stil. Wielrennen was altijd vanzelfsprekend geweest. Ineens moest hij op zoek naar een andere manier. Die vond hij op de tandem.

“In het begin voelde het alsof ik op de tandem moest, omdat ik niet meer goed kon zien. Alsof het een alternatief was voor wat ik eigenlijk wilde.”

Maar dat gevoel veranderde.

“Nu zie ik het totaal anders. Ik zie het niet meer als een beperking of als een ‘parasport’. Ik zie het echt als een aparte discipline binnen het wielrennen. Een teamsport. Twee mensen die samen zo hard mogelijk proberen te fietsen en te winnen.”

Juist doordat Thijs samen rijdt met zijn piloot, die ook een goede vriend van hem is, ontdekte hij hoe bijzonder de sport eigenlijk is.

“We zitten samen op één fiets, moeten elkaar volledig vertrouwen en alles draait om samenwerking. Dat maakt het juist heel vet.”

Trainen voor een andere sport

Hoewel hij nog steeds veel op een gewone racefiets traint, vraagt tandemwielrennen om een andere aanpak.

“We trainen minimaal één keer per week op de tandem, zodat we gevoel krijgen met de fiets en met elkaar.”

Daarnaast ligt de focus op kracht, duurtraining en opbouwen richting de wedstrijden. En die zijn anders dan in het reguliere wielrennen.

“Bij het gewone wielrennen zat ik soms vijf of zes uur op de fiets. Maar tandemwedstrijden duren vaak maar tweeënhalf uur en zijn maximaal zo’n honderd kilometer. Dus je moet anders trainen.”

Zijn weken zitten vol met trainingen. Vaak combineert hij meerdere sessies op één dag.

“Ik doe veel dubbele trainingen: bijvoorbeeld krachttraining en fietsen, of hardlopen en fietsen. Meestal heb ik vier dagen per week waarop ik twee keer train.”

Daarnaast combineert hij zijn sport met school en een bijbaan. Dankzij zijn topsportstatus kan hij flexibel omgaan met lessen. Hij heeft nu nog maar twee lesdagen per week en op maandagavond werkt hij een paar uur bij de Albert Heijn. Voor de rest is het eigenlijk vooral: ”trainen, trainen, trainen.”

Topsport kreeg een andere vorm

Voor zijn familie was de topsport altijd al een belangrijk onderdeel van het leven. Maar na zijn oogziekte voelde alles ineens anders.

“Voor die tijd was het normaal dat alles draaide om de sport. Maar toen ik niet meer kon wielrennen zoals ik gewend was, moest ik mezelf opnieuw bewijzen.”

Dat was soms lastig.

“Je weet wat je kunt en je weet hoeveel je ervoor over hebt. Maar opeens moet je weer laten zien dat je nog steeds dat niveau hebt.”

Inmiddels voelt hij dat hij weer terug is.

“Ik ben fysiek weer op het niveau van vroeger. Alleen nu op een andere manier.”

Op weg naar de Spelen

De stip op de horizon is duidelijk: de Paralympische Spelen van 2028.

“In het gewone wielrennen droom je van de Tour de France. Maar in deze sport zijn de Spelen het allerhoogste. Ons doel is om daar niet alleen bij te zijn, maar ook om mee te doen voor een medaille.”

Daar werkt Thijs stap voor stap naartoe.

“Ik heb eind vorig jaar een vierjarenplan gemaakt. En het mooie is: tot nu toe kunnen we de stappen één voor één afvinken.”

Het wedstrijdseizoen brengt Thijs de komende tijd door heel Europa en zelfs naar Amerika.

“We hebben dit jaar wedstrijden in België. Het EK in Italië, en later ook het WK in Alabama. Het is dus zeker niet om de hoek.”

Dankzij een bijdrage van het Fonds voor Talenten met een Visuele Beperking van het Nationaal Fonds voor de Sport kan Thijs investeren in de specialistische materialen die nodig zijn voor zijn sport.

“Een tandem is ontzettend duur. En zelfs als je de fiets hebt, ben je nog heel veel geld kwijt aan onderdelen, wielen en andere materialen.” De steun maakt dus een groot verschil.

Wat het meeste bij blijft aan de hand van het interview met Thijs, is de boodschap die hij anderen wil meegeven.

“Toen ik mijn oogziekte kreeg, zeiden mensen al snel: dan kun je wielrennen wel vergeten. Maar ik ben juist doorgegaan. Eerst een beetje hardlopen, toen op de tandem stappen, en nu ben ik weer volop bezig. Je moet voor je doelen blijven gaan. Ook als het anders loopt dan je had gedacht. Je kunt vaak veel meer dan je zelf denkt.”

Deel dit bericht

Laatste nieuws