‘Laat je vooral niet tegenhouden’

Een gesprek met judoka Loes Bloo. Loes is aangesloten bij het Fonds voor Talenten met een Visuele Beperking.

Loes Bloo is 30 jaar en woont in Raalte, tussen Zwolle en Deventer. Ze werkt als arbeidsdeskundige in Deventer, waar ze mensen helpt die door een beperking of andere situatie moeite hebben om aan het werk te gaan. Daarnaast traint ze fanatiek voor haar grote sportdroom: de Paralympische Spelen van 2028.

Loes is sinds haar geboorte slechtziend. “Ik kijk eigenlijk door een soort rietje,” vertelt ze. “Maar omdat ik niet anders gewend ben, voelt dat voor mij gewoon normaal.”

Sport speelde altijd al een grote rol in haar leven. Ze zwom als kind, deed aan tandemwielrennen, roeien, triatlon en skiën. Toch had ze nooit verwacht dat juist judo de sport zou worden waarin alles samenkwam.

Van tandem naar judo
Jarenlang deed Loes aan sporten waarbij ze ook afhankelijk was van anderen. Bij tandemwielrennen en triatlon had ze altijd een begeleider nodig om samen mee te fietsen of hard te lopen. “Dat vond ik heel gezellig, maar soms best lastig,” vertelt ze. “Ik wilde ook graag iets ontdekken wat ik helemaal zelf kon doen.”

Na een bezoek aan de Paralympische Spelen in 2024 hoorde ze over een talentendag. In eerste instantie dacht Loes dat ze misschien iets als kogelstoten of speerwerpen zou proberen. Maar daar kwam ze onverwacht in aanraking met judo.
“De bondscoach zei eigenlijk meteen: kom maar een keer meetrainen en kijk of je het leuk vindt. Dat heb ik gedaan en ik was eigenlijk meteen verkocht.”

In november 2024 begon Loes met trainen bij een judoclub. Slechts een paar maanden later stond ze al op haar eerste internationale wedstrijd in Duitsland. “Ik had eigenlijk geen idee wat ik daar deed,” zegt ze lachend. “Ik was zó nieuw. Maar ik won wel meteen een partij én ging met brons naar huis.”

Een sport die precies past
Wat Loes zo aanspreekt aan judo, is dat het een sport is waarin ze zelfstandig kan zijn.
“In VI-judo begin je al terwijl je elkaar vasthoudt. Daardoor hoef je niet eerst op zoek naar je tegenstander.”
Ze traint meestal gewoon mee met goedziende judoka’s bij haar club. Alleen op Papendal traint ze specifiek met andere sporters met een visuele beperking.

 “Dat vind ik juist mooi. Ik train gewoon mee met iedereen en daar word ik alleen maar beter van.”

Ook praktisch is judo laagdrempelig. “Je hebt eigenlijk alleen een judopak nodig en je kan gewoon meedoen.”
Dat is precies waarom Loes het zo belangrijk vindt dat meer mensen met een visuele beperking kennismaken met sport.
“Als je slechtziend bent, kom je vaak minder snel in aanraking met allerlei sporten. Kinderen die goed zien gaan voetballen of hockeyen. Maar ik had er vroeger nooit over nagedacht dat ik misschien óók zou kunnen judoën.”

Steeds meer mogelijk
In korte tijd maakte Loes grote stappen. Na haar eerste wedstrijd in Duitsland volgden al snel toernooien in Engeland, Georgië en São Paulo.
In Engeland won ze zelfs twee gouden medailles.

“Toen zei de coach: ga maar mee naar de Grand Prix in São Paulo. Zo is het balletje eigenlijk steeds verder gaan rollen.”

Haar grote doel is duidelijk.
“Mijn droom is om de Paralympische Spelen van 2028 in Los Angeles te halen.”
Daarvoor traint ze meerdere keren per week, naast haar werk. Dat vraagt veel organisatie. Omdat Loes niet zelf kan autorijden door haar zicht, is ze afhankelijk van het openbaar vervoer en van mensen om haar heen.

Haar familie, collega’s en vrienden steunen Loes haar droom volledig.
“Vrienden brengen me vaak naar de training of halen me op van het station. Die steun, daar ben ik ontzettend dankbaar voor. En mijn collega’s? Die vragen als ik terugkom van een toernooi meteen hoe het is gegaan. M’n vrienden willen misschien wel mee naar het EK in Duitsland. Ze doen echt van alles, gewoon omdat ze het leuk vinden dat ik dit doe.”

Niet denken in beperkingen, maar in mogelijkheden
Loes merkt dat veel mensen niet weten hoeveel er eigenlijk mogelijk is.
“Je komt met een visuele beperking minder snel met sporten in aanraking. Daarom is het zo belangrijk dat mensen zien dat het wél kan.”
Ze ziet ook dat VI-judo groeit. Er komen steeds meer sporters bij én steeds meer vrouwen. “Ik merk dat doordat wij zichtbaar zijn, andere mensen denken: hé, dit kan ik ook.”

Dat is precies de boodschap die Loes wil meegeven.

“Laat je vooral niet tegenhouden. Als je een droom hebt, ga het gewoon proberen. Vaak kom je er dan achter dat je veel meer kunt dan je denkt.”

Volgens Loes hoeft niet iedereen meteen topsporter te worden.
“Je hoeft het niet allemaal op hoog niveau te doen. Als je maar iets doet wat je leuk vindt. Al ga je maar één keer per week hardlopen of sporten bij een club.”

En soms betekent dat ook: hulp durven vragen.
“Dat heb ik echt moeten leren. Maar mensen vinden het vaak helemaal niet erg om je te helpen. Vaak bieden ze het zelfs zelf aan.”

Haar belangrijkste les?
“Kijk vooral naar wat wél kan. Misschien gaat het soms op een andere manier, maar er is veel meer mogelijk dan je denkt.”

Deel dit bericht

Laatste nieuws