Interview Goalballteam Nieuw
Een gesprek met het Nederlandse goalballteam en aangesloten talenten bij het Fonds voor Talenten met een Visuele Beperking.
In een sporthal in Utrecht klinkt vooral stilte. Af en toe een stem, een vingerknip of het gerinkel van een bal. Voor buitenstaanders lijkt goalball misschien ingewikkeld, maar voor de nationale selectie van het goalballteam voelt het juist heel logisch.
Sem de Jong, Joost van de Kreeke, Thijn Middendorp, Tom Sanders en Ronald Klaver zijn tijdens het interview aanwezig. Frank van de Kreeke, Joost Janssen, Abdullah Alsawas en Bart Frenken zijn tijdens het interview niet aanwezig.
Ondanks de uiteenlopende persoonlijkheden heeft het team allemaal hetzelfde doel: steeds beter worden en uiteindelijk samen naar de Paralympische Spelen. Om dit doel te behalen maakt een groot deel van de Nederlandse selectie van het goalballteam deel uit van het Fonds voor Talenten met een Visuele Beperking (FTVB).
“Ons doel, daar werken we hard naartoe,” vertelt Joost. “We zijn sinds vorig jaar met een nieuwe groep begonnen. We willen verjongen, groeien en uiteindelijk echt een topsportteam worden.”

Een sport waarin je niets hoeft te zien
Goalball is speciaal ontwikkeld voor mensen met een visuele beperking. Er staan drie spelers tegenover drie spelers. Iedereen draagt een afgeplakte bril, zodat niemand nog iets kan zien. Ook niet als je nog een beetje restzicht hebt.
Tom legt uit hoe dat werkt:
“Je bent eigenlijk heel snel vergeten dat je die bril op hebt. Je denkt er niet meer over na dat je niks ziet.”
Op het veld liggen lijnen die je kunt voelen met je handen en voeten. In de bal zitten belletjes, zodat je kunt horen waar hij naartoe rolt. Spelers gebruiken kleine geluiden, een vingerknip of een stem om elkaar te laten weten waar ze staan.
“Communicatie is eigenlijk alles,” zegt Tom. “Je moet weten waar je teamgenoten zijn, wie er beweegt en waar je de bal naartoe kunt gooien.”
Daarom trainen de spelers niet alleen op techniek, maar vooral op samenspel.
“Tijdens de trainingen oefenen we heel veel op communicatie,” vertelt Thijn. “Hoe beter je elkaar leert kennen, hoe beter je op elkaar ingespeeld raakt.”
Volgens Joost gaat dat verder dan alleen het spel.
“Je communiceert ook over spanning, emoties en druk. Iedereen gaat daar anders mee om. Juist dat maakt ons als team sterker.”
Een plek waar je beperking even wegvalt
Voor alle spelers betekent goalball iets anders. Maar één ding komt in ieder verhaal terug: op het veld voelt hun visuele beperking ineens minder belangrijk.
“Voor mij is het vrijheid,” zegt Sem. “Buiten ben je de hele tijd alert. Dan loop je misschien tegen een paal aan of weet je niet precies waar iemand staat. Maar op het veld weet je dat wel. Daar kun je gewoon vrij bewegen.”
Tom herkent dat.
“Doordeweeks ben ik de hele dag bezig met werk en probeer ik te kijken. Dat kost energie. Bij goalball zet ik die bril op en hoef ik juist even niet te kijken. Dat geeft rust.”
Juist daardoor voelt goalball voor veel spelers als een veilige plek.
Van vereniging naar Nederlands team
Vrijwel alle spelers begonnen ooit bij een vereniging, vaak zonder precies te weten wat goalball eigenlijk was.
Sem speelt al sinds zijn vijftiende bij het team. Ronald stroomde vanuit de jeugd door. Thijn begon vijf jaar geleden met goalball bij zijn vereniging en traint inmiddels mee met de nationale selectie. Tom speelt in Eindhoven en sloot zich een half jaar geleden aan bij het team.
Volgens de spelers zijn juist die verenigingen belangrijk om een basis te leggen.
“Veel mensen beginnen bijvoorbeeld bij Visio,” vertelt Thijn. “Daar rol je eerst rustig een bal over de grond. Daarna ga je naar een vereniging en merk je: hé, dit gaat eigenlijk veel sneller.”
Hij weet nog goed dat hij goalball jaren geleden al eens probeerde.
“Ik heb het toen vijf keer geprobeerd en daarna ben ik weer gestopt. Het was op dat moment gewoon nog niks voor mij. Maar vijf jaar geleden ben ik teruggekomen. En nu heeft het me vrienden, plezier en een plek in het team gegeven.”
Dat is precies wat de spelers andere mensen met een visuele beperking willen meegeven.
“Ga gewoon een keer meedoen,” zegt Joost. “Die eerste stap is moeilijk. Maar daarna wordt het alleen maar leuker.”

Meer dan alleen sport
Goalball draait niet alleen om winnen. Voor veel spelers is het team ook een belangrijk sociaal netwerk.
“Een groot deel van mijn vrienden ken ik vanuit de sport,” vertelt Ronald. “Dat is heel belangrijk, want buiten de sport is contact maken soms moeilijker.”
Ook familie speelt een grote rol. Veel ouders, broers, zussen en vrienden helpen mee als chauffeur of vrijwilliger.
“Onze moeders zijn bijvoorbeeld scheidsrechter of tafelaar,” vertelt Ronald. “Iedereen is eigenlijk wel op een bepaalde manier betrokken.”
Joost ziet hoe bijzonder dat is.
“Bij goalball heb je veel vrijwilligers nodig om alles mogelijk te maken. Zonder familie, vrienden en mensen om je heen lukt het eigenlijk niet.”
En soms levert de sport nog iets extra’s op. Tom zijn zus is ook slechtziend en speelt in het damesteam.
“Dat is mooi, omdat je tegen dezelfde dingen aanloopt. Dan begrijp je elkaar meteen.”
Een EK in eigen land
De komende tijd werkt het team toe naar het Europees Kampioenschap in 2027 in Oss. Dat wordt een bijzonder moment.
“Het EK is in eigen land, dus dat maakt het extra speciaal,” zegt Joost. “We willen echt meedoen om de top drie.”
Sem lacht: “We zijn al een paar jaar vierde. Dus we trainen hard zodat we een stap gaan zetten.”
Maar de allergrootste droom ligt nog iets verder weg.
“Ons ultieme doel is de Paralympische Spelen in Brisbane, 2032,” zegt Joost. “Daar willen we samen staan.”
Steun die het verschil maakt
Voor goalballers is sporten niet vanzelfsprekend. Omdat er maar weinig teams zijn, moeten spelers vaak ver reizen. Sem speelt in Utrecht, Tom komt uit Eindhoven en Thijn uit Tilburg.
“Goalball is geen sport die je even op tien minuten fietsen van huis kunt doen,” zegt Tom. “Een trainingsdag kost veel reistijd en vaak ook veel geld.”
Ook internationale toernooien zijn duur. Een weekend weg kost al snel honderden euro’s per persoon. Daarom betekent de steun van het Fonds voor Talenten met een Visuele Beperking veel voor het team.
“Om beter te worden, moeten we naar het buitenland om tegen sterke teams te spelen,” vertelt Sem. “Dat kun je niet alleen in Nederland trainen. Dankzij deze steun kunnen we die stap wel zetten. Daar zijn we heel blij mee.”