‘Het leven houdt niet op als je blind wordt’

Een gesprek met zwemster Irene van Drimmelen. Irene is deel van het Fonds voor Talenten met een Visuele Beperking.

Irene is 20 jaar, verhuisde onlangs van Den Helder naar Eindhoven en traint inmiddels fulltime voor haar grote droom: deelname aan de Paralympische Spelen in Los Angeles. Waar ze vroeger judo en waterpolo deed, ligt haar volledige focus nu op paralympisch wedstrijdzwemmen.

“In het begin dacht ik: wedstrijdzwemmen, dat is toch saai? Je gaat alleen maar heen en weer zwemmen,” vertelt ze lachend. “Maar inmiddels vind ik het juist heel leuk. En het gaat best goed.”

Van waterpolo naar het zwembad

Sporten zit er al van jongs af aan in. Vanaf haar vierde stond ze op de judomat en vanaf haar achtste speelde ze waterpolo. Maar toen haar zicht steeds verder achteruitging, werd waterpolo lastiger.

“Een meisje uit mijn waterpoloteam zei: kom eens mee naar het wedstrijdzwemmen. Eerst zag ik het niet zo zitten, maar uiteindelijk bleek het precies bij mij te passen.”

Sinds een half jaar woont ze in Eindhoven om zich volledig op haar zwemcarrière te richten. Daardoor is ook judo naar de achtergrond verdwenen.

“Als je fulltime voor het zwemmen gaat, kun je er niet zomaar een blessuregevoelige sport naast doen. Dan moet je keuzes maken.”

Slechtziend worden in de puberteit
Toen ze 12 jaar oud was, kreeg Irene te horen dat ze een erfelijke oogziekte heeft.“Bij mijn zus kwamen ze erachter omdat zij op de middelbare school steeds slechter ging zien. Daarna ben ik ook getest, en ik bleek dezelfde oogziekte te hebben.”

Tijdens haar puberteit ging haar zicht snel achteruit. Eerst zag ze nog ongeveer twintig procent, maar inmiddels is ze volledig blind. “Sinds iets langer dan een jaar zie ik eigenlijk niets meer. Alleen licht en donker kan ik soms nog onderscheiden.”

Voor haar ouders en haar omgeving was dat zwaar. Zelf kon ze zich er als tiener nog weinig bij voorstellen.
“Je hoort dat je blind wordt, maar ik kende toen helemaal geen blinde mensen. Ik dacht: het zal wel.”

Toch veranderde er veel toen er op school een blinde jongen bij haar in de klas kwam.
“Door hem voelde ik me niet meer raar. Ik heb veel van hem geleerd. Ineens zag ik dat je ook als blinde gewoon je leven kunt leiden.”

‘Ik laat zien dat er veel mogelijk is’
Irene koos er voor om open te zijn over haar beperking en het zichtbaar te maken.
“Ik loop gewoon met een stok. Het maakt me niet zoveel uit wat anderen daarvan vinden.”

Die openheid helpt niet alleen haarzelf, maar ook haar zus.
“Zij is nog heel bang voor wat er gaat komen. Ik kan haar nu geruststellen, omdat ik al weet hoe het is. Daardoor ziet zij ook dat het leven niet ophoudt als je blind wordt.”

In haar topsportomgeving merkt ze hoe belangrijk het is om te laten zien wat er allemaal wél kan.
“Ik heb ook meegemaakt dat mensen dachten: wat kun je dan nog als je blind bent? Bijvoorbeeld op school of bij stages. Maar nu zit ik in een paralympisch team en kan ik laten zien dat er juist heel veel mogelijk is.”

Zelfstandig in het water
Juist in het zwembad ervaart ze veel vrijheid.
“Wat ik zo fijn vind aan zwemmen, is dat ik het helemaal zelfstandig kan doen. Tijdens de training hebben we een bubbelpomp. Door de bubbels weet ik waar de kant van het bad is. Ik heb dus geen hulp nodig in het water.”

Haar dagen staan volledig in het teken van topsport. Een gemiddelde trainingsdag begint vroeg.
“Om half acht start de landtraining. Daarna zwem ik van acht tot tien. ’s Middags heb ik krachttraining en daarna weer twee uur zwemmen.”
Naast het sporten heeft ze inmiddels haar diploma op zak en denkt ze voorzichtig na over een bijbaan in de pedagogiek.

Een hecht team
In Eindhoven vond ze niet alleen een plek om te trainen, maar ook een hecht team.
“We hebben een ploeg van acht zwemmers. Daarvan zijn er drie visueel beperkt. Dat is fijn, want je begrijpt elkaar.”

Binnen het team helpen de sporters elkaar, ongeacht hun beperking.“Er is bijvoorbeeld iemand met een spieraandoening die moeilijk dingen kan openmaken. Dan helpen wij haar. En zij helpt ons weer met andere dingen. Dat gaat eigenlijk vanzelf.”

Ook haar coaches spelen een belangrijke rol. “Mijn coaches hebben ervaring met visuele beperkingen. Dat maakt een groot verschil. En er is ruimte voor psychologische begeleiding, wat ook heel fijn is.”

Op weg naar het EK en verder
De komende tijd staat in het teken van een belangrijke mijlpaal: haar eerste EK.
“Deze zomer maak ik mijn debuut op het EK. Dat vind ik heel spannend, maar vooral heel leuk.”

En daarna?
“De ultieme droom is natuurlijk de Paralympische Spelen in Los Angeles. En volgens mij lig ik daarvoor op schema.”

Met hulpmiddelen en wilskracht kom je heel ver
Dankzij een bijdrage van het Fonds voor Talenten met een Visuele Beperking van het Nationaal Fonds voor de Sport kon Irene hulpmiddelen en materialen aanschaffen die nodig zijn om haar sport op topniveau te beoefenen.
“Voor wedstrijden heb ik bijvoorbeeld tapstokken nodig. Ook kleine dingen, zoals labels zodat ik precies weet wat wat is, helpen enorm.”

Als ze één boodschap mag meegeven aan andere kinderen en jongeren met een visuele beperking, hoeft ze daar niet lang over na te denken.

“Ook als je visueel beperkt bent, kun je eigenlijk heel veel. Misschien niet altijd op de standaardmanier, maar wel met een andere route. Met hulpmiddelen en wilskracht is bijna alles mogelijk.”

Deel dit bericht

Laatste nieuws